Gestalkt door Belgacom/Proximus

Beschouwt u dit maar als een noodkreet. Ik zit met de handen in het haar. Al maanden dub ik over een manier om verlost te raken van de pitbullmarketing van Belgacom/Proximus.

Pitbullmarketing

Sinds ik geen klant meer ben – ik denk zo’n vier jaar -, valt Belgacom me onophoudelijk lastig. Zowel op mijn gsm als op mijn vaste lijn. En de frequentie neemt alsmaar toe. Ik ben de tel kwijt, maar schat dat ik het afgelopen jaar gemiddeld minstens 1 keer per maand een callcenter aan de lijn had.

Gisteren was het weer raak: drie oproepen van een onbekend nummer op mijn gsm, terwijl ik zit te werken. De eerste twee onbegrijpelijk vanwege de slechte verbinding, maar de derde keer was het meteen duidelijk: ik had mijn stalkers aan de lijn. Het riedeltje dat ‘Sofie van Belgacom/Proximus’ van het scherm afleest bij het begin van het gesprek, ken ik ondertussen immers uit het hoofd.

Ik heb al beleefd gevraagd om ermee op te houden. Ik heb me al kwaad gemaakt. Ik zocht op de website naar een nummer of een e-mailadres zodat ik zou kunnen smeken om me eindelijk met rust te laten. De uitgebreide contactpagina sluit echter elke twijfel uit: ‘Wij zijn er enkel voor mensen die klant zijn of willen worden. Voor iets anders bent u bij ons aan het verkeerde adres.’ Ik begin stilaan te denken dat klant worden de enige oplossing is. Maar onze relatie is intussen van die aard dat ik denk: ‘Ik val nog liever dood!’

Abonnementsgeld om te strijken

Mijn ouders zijn wel nog klant. Een paar weken geleden hadden ze problemen met de Belgacom TV-decoder. Helaas kon Belgacom niemand langssturen om hen te helpen. Ze moesten ermee naar een Belgacom Center, ‘want met een kapot strijkijzer moet u toch ook terug naar de winkel?’

Betaalt u abonnementsgeld om te strijken? Of gelooft u die ‘kinderlijke’ reclamespotjes over gratis Belgacom TV? Ik heb die decoder naar het Belgacom Center gebracht en ik nam de laatste factuur mee voor de klantengegevens. Geloof me: eens u de mogelijkheden van leukere tv ontdekt, blijft het allesbehalve gratis.

Ik kreeg wel snel en vlot een nieuw toestel mee. Dat mag ook wel met zo’n duur abonnement. Toch is mijn partner nog een uur zoet geweest met de installatie van de nieuwe decoder. En in tegenstelling tot mijn ouders, is die behoorlijk mee met het digitale tijdperk.

Gratis door de strot geramd

Tja, voor persoonlijke service is er allicht geen budget. Om mensen met de regelmaat van de klok persoonlijk lastig te vallen via de telefoon, blijkbaar wel. De telefoon is nochtans een interactief medium. Maar als u dan vraagt, wat u kunt doen om met rust gelaten te worden, blijven ze het antwoord schuldig. Stilte, gegrinnik, inhaken, huilerige excuses zoals: ‘Ik bel ook maar voor callcenter dat in onderaanneming voor Belgacom werkt.’

En dan als communicatieprofessional maar prediken over doelgroepen, stakeholders, interactie, dialoog, empathie, relaties… Eén troostende gedachte: er is nog werk in onze sector.

Beschouwt u dit maar als een noodkreet. Ik zit met de handen in het haar. Al maanden dub ik over een manier om verlost te raken van de pitbullmarketing van Belgacom/Proximus.

Pitbullmarketing

Sinds ik geen klant meer ben – ik denk zo’n vier jaar -, valt Belgacom me onophoudelijk lastig. Zowel op mijn gsm als op mijn vaste lijn. En de frequentie neemt alsmaar toe. Ik ben de tel kwijt, maar schat dat ik het afgelopen jaar gemiddeld minstens 1 keer per maand een callcenter aan de lijn had.

Gisteren was het weer raak: drie oproepen van een onbekend nummer op mijn gsm, terwijl ik zit te werken. De eerste twee onbegrijpelijk vanwege de slechte verbinding, maar de derde keer was het meteen duidelijk: ik had mijn stalkers aan de lijn. Het riedeltje dat ‘Sofie van Belgacom/Proximus’ van het scherm afleest bij het begin van het gesprek, ken ik ondertussen immers uit het hoofd.

Ik heb al beleefd gevraagd om ermee op te houden. Ik heb me al kwaad gemaakt. Ik zocht op de website naar een nummer of een e-mailadres zodat ik zou kunnen smeken om me eindelijk met rust te laten. De uitgebreide contactpagina sluit echter elke twijfel uit: ‘Wij zijn er enkel voor mensen die klant zijn of willen worden. Voor iets anders bent u bij ons aan het verkeerde adres.’ Ik begin stilaan te denken dat klant worden de enige oplossing is. Maar onze relatie is intussen van die aard dat ik denk: ‘Ik val nog liever dood!’

Abonnementsgeld om te strijken

Mijn ouders zijn wel nog klant. Een paar weken geleden hadden ze problemen met de Belgacom TV-decoder. Helaas kon Belgacom niemand langssturen om hen te helpen. Ze moesten ermee naar een Belgacom Center, ‘want met een kapot strijkijzer moet u toch ook terug naar de winkel?’

Betaalt u abonnementsgeld om te strijken? Of gelooft u die ‘kinderlijke’ reclamespotjes over gratis Belgacom TV? Ik heb die decoder naar het Belgacom Center gebracht en ik nam de laatste factuur mee voor de klantengegevens. Geloof me: eens u de mogelijkheden van leukere tv ontdekt, blijft het allesbehalve gratis.

Ik kreeg wel snel en vlot een nieuw toestel mee. Dat mag ook wel met zo’n duur abonnement. Toch is mijn partner nog een uur zoet geweest met de installatie van de nieuwe decoder. En in tegenstelling tot mijn ouders, is die behoorlijk mee met het digitale tijdperk.

Gratis door de strot geramd

Tja, voor persoonlijke service is er allicht geen budget. Om mensen met de regelmaat van de klok persoonlijk lastig te vallen via de telefoon, blijkbaar wel. De telefoon is nochtans een interactief medium. Maar als u dan vraagt, wat u kunt doen om met rust gelaten te worden, blijven ze het antwoord schuldig. Stilte, gegrinnik, inhaken, huilerige excuses zoals: ‘Ik bel ook maar voor callcenter dat in onderaanneming voor Belgacom werkt.’

En dan als communicatieprofessional maar prediken over doelgroepen, stakeholders, interactie, dialoog, empathie, relaties… Eén troostende gedachte: er is nog werk in onze sector.

Dag meneer de Koekepeer

Onlangs raakte ik op een forum op LinkedIn verzeild in een discussie over de juiste aanhef in brieven en mails. Hoewel we dergelijke formules bijna allemaal dagelijks gebruiken, waren de meningen verdeeld. Het ei – of beter: de aanhef van Columbus hebben we dus niet gevonden. Eén ding was wel duidelijk: steeds meer schrijvers grijpen naar spreektaal.

Achten volgens het boekje

De aanhef volgens het boekje is voor een zakelijke brief nog steeds Geachte mevrouw en/of Geachte heer, eventueel gevolgd door de familienaam van de aangeschreven persoon.

Veel schrijvers vinden die geachte mevrouwen en geachte heren nogal stijf klinken. Persoonlijk gebruik ik die aanhef ook alleen nog maar in officiële correspondentie en in brieven waarvan ik de bestemmeling van haar noch pluim ken.

Ken ik u ergens van?

Maar wat is dan een goed alternatief? Veel schrijvers grijpen naar Beste mevrouw en Beste meneer, al dan niet gevolgd door de familienaam. Dat deed ik vroeger ook wel eens, maar het wrong toch altijd. Beste is in principe bestemd voor personen die u kent, en wordt dan gevolgd door de voornaam. Beste valt in een zakelijke context bij veel bestemmelingen dan ook niet in goede aarde. Zij vinden het te familiair.

Ze zei meneer tegen me

Bovendien laten ook niet alle heren zich probleemloos ‘meneren’. Een van de leden van het discussieforum vond meneer kindertaal. Een aanhef met meneer roept bij hem de bedenking op: ‘Weer zo’n jong ding dat niet weet hoe het hoort.’ De man kreeg echter veel tegenwind. Zelf vond ik zijn reactie ook wat overdreven.

Meneer kindertaal? Dat had ik nog nooit gehoord. Spreektaal, dat wel ja. Maar ik schrijf ook steeds minder brieven en steeds meer mails. En in die laatste geef ik de voorkeur verzorgde spreektaal. Geachte heer vind ik in zo’n context vaak ontzettend afstandelijk. Al zal ik in de toekomst toch twee keer nadenken over de gemiddelde leeftijd van de lezer als ik een volwassen publiek aanschrijf.

In de discussie viel het ook op dat de talrijke tegenstanders van heer ook allemaal consequent meneer schreven. ‘Als het dan toch meneer moet zijn, schrijf dan tenminste mijnheer’, probeerde iemand uit het herenkamp nog, maar dat vond het menerenkamp helemaal niet meer kunnen. Persoonlijk grijp ik spontaan ook naar meneer. Mijnheer klinkt me toch wat oubollig, omdat je het nooit letterlijk zegt. Het doet ook denken aan Mijne heren. En hoe vaak gebruikt iemand die aanspreking nog in alle ernst?

Daar staat u met uw beste (bedoelingen)

Moeten we voor alle veiligheid dan toch maar volgens het boekje iedereen met achting aanschrijven? Nee, zoals altijd denkt u vooraf beter even na over het publiek voor wie u schrijft. Hoe goed kent u uw publiek en wat weet u over zijn verwachtingen?

Schrijf wat u zegt

Voor mails is er een eenvoudige oplossing die ik als liefhebber van verzorgde spreektaal voor teksten in heel wat situaties perfect vind passen: Dag meneer en Dag mevrouw. Het is een beleefde en tegelijk courante aanspreking en probleemloos te combineren met u verderop in uw tekst. En mocht u nog twijfelen of Dag toch niet te gewoontjes klinkt: wat zegt u als u uw geachte lezer opbelt of ontmoet? Juist. Wat moeten we daar dan nog meer over zeggen of schrijven?

De beste wensen…

en alvast een link naar een website voor speelse en creatieve teksttoepassingen: Wordle

de beste wensen van Schrijf-ster voor 2010