Levensbedreigende fouten: d, t of dt?

‘Op dt-fouten staat iets wat neigt naar de doodstraf.’ Dat is een van de richtlijnen bij een recente redactieopdracht.

Ik herken het gevoel wel. Nog steeds stokt mijn adem heel even als ik er ergens één bespeur. Gisteren nog, op het LinkedIndiscussieforum van Onze  Taal dan nog wel.

Al surfend stokt mijn adem wel vaker, maar reageren doe ik zelden op het internet. De context is daar vaak wat informeler en dan stoort het met niet zo.

Maar ik zie ze natuurlijk wel: ‘Oh!’

Op informatieve websites en in drukwerk vind ik het slordig, en ik hou nogal van kwaliteit. Dan noteer ik dus gegarandeerd inwendig: ‘Min één!’

Maar de doodstraf, nu ja. Wel heb ik heel lang niet begrepen hoe het mogelijk is, dat zoveel mensen problemen hebben met de vervoeging van (zwakke) werkwoorden. Als er nu één consequente en heldere spellingregel is, dan is het die wel.

Dt-fouten zijn onvermijdelijk

Intussen las ik dat ons geheugen ons parten speelt, meer bepaald ons woordgeheugen. Dat schotelt ons, terwijl we schrijven, automatisch de meest voorkomende vorm van een woord voor. Mij doet het een beetje denken aan de suggesties van een spellingchecker of van Google. Die zijn ook niet altijd even betrouwbaar.

Reviseer

“Maar de rol van het woordgeheugen mag geen excuus zijn om spellingregels systematisch te negeren. Een verklaring is geen vrijgeleide”, betoogde professor Dominiek Sandra, die het fenomeen onderzocht, in Klasse. Revisie is volgens hem het wapen tegen ons woordgeheugen. En ook al spel ikzelf voor de sport, ik kan hem geen ongelijk geven.

Het zinkende kofschip

Ik denk dat revisie ook wel een beetje kan helpen tegen ‘Het zinkende kofschip’. Onder die alarmerende titel praatte linguïst Mirjam Ernestus op de radio over haar onderzoek naar de (verkeerde) keuze van d of t in de verleden tijd en bij het voltooid deelwoord.

Volgens haar druist het ezelsbruggetje ’t kofschip in tegen ons taalgevoel. We schrijven (naar) wat we horen. ‘Ik krab’ klinkt als  ‘ik krap’, en de p zit in ’t kofschip, vandaar: ‘ik heb gekrabt’. Een oplossing ziet ze niet meteen. Ik vind het allemaal nogal zorgelijk klinken.

Als u een tekst reviseert, ziet u die b in ‘krab’ toch staan? Welaan dan!

Als u de regels nog eens wilt herhalen of oefenen voor u aan het reviseren slaat, kunt op deze sites terecht:

http://www.dtkompas.nl/

http://www.jufmelis.nl/

Taal- en teksthygiëne – Stokpaardje: Passiefconstructies

Ik heb een ernstige allergie voor passiefconstructies. Ze maken een tekst onnodig zwaar en afstandelijk. Vaak zijn ze eenvoudig te vervangen door een actieve vorm.

Dat betekent niet dat u passiefconstructies koste wat het kost moet vermijden. Ze zijn bijvoorbeeld nuttig om nadruk te leggen op een zinsdeel, om spanning op te bouwen of om duidelijkheid te scheppen over de handelende persoon.  Een passieve vorm geniet ook de voorkeur ten opzichte van een actieve vorm met ‘men’.

Velen denken dat er voor deze opleiding weinig moet gewerkt worden. Niets is minder waar! – Velen denken dat je voor deze opleiding weinig moet werken. Of nog: Er wordt vaak gezegd dat je voor deze opleiding weinig moet werken.

Merk ook de ‘bobbel’ op in de werkwoordelijk eindgroep van het voorbeeld. Hulpwerkwoorden in een werkwoordelijke eindgroep (hier ‘moeten’ en ‘worden’) horen bij elkaar. Het voltooid deelwoord komt ervoor of erachter:

… dat er weinig gewerkt moet worden.
… dat er weinig moet worden gewerkt.

De eerste volgorde geniet de voorkeur in spreektaal. Als u die altijd gebruikt, zit u nooit fout.

Overvallen door goede taalvoornemens? Bekijk de vorige afleveringen:

Aflevering 1: Spelling
Aflevering 2: Vlaamse klassiekers
Aflevering 3: Instinkers
Aflevering 4: Woorddieet
Aflevering 5: Naamwoordstijl is geen stijl

Taal- en teksthygiëne – Aflevering 5: Naamwoordstijl is geen stijl

Ik hou van werkwoorden. Het zijn stoere woorden die leven brengen in een tekst. Het artikel op VRTtaal.net van vorige keer geeft me volmondig gelijk in punt 4: ‘Vermijd naamwoordstijl – schrijf met werkwoorden’. Volgende keer dat u weer naar lidwoorden grijpt, denk dan: “Actie!”.

Het combineren van de lessen met projecten is lastig. – De combinatie van lessen en projecten is lastig. Maar liever nog: Lessen en projecten combineren is lastig.

Het op kot zitten zegt me niet veel. – Op kot zitten…

Zijn takenpakket is uitgebreid: geven van vorming, opvolgen van dossiers, organiseren van oefeningen… – Naamwoordstijl verdwijnt niet door het lidwoord weg te laten. Zeg gewoon: vorming geven, dossiers opvolgen, oefeningen organiseren…

Ook het werken in kleine groepen vond ik heel tof. – Ook in groepjes werken vond ik heel tof. Ook groepswerk vond ik…

Volgende keer: Afsluiter: Stokpaardje

Overvallen door goede taalvoornemens? Bekijk de vorige afleveringen:

Aflevering 1: Spelling
Aflevering 2: Vlaamse klassiekers
Aflevering 3: Instinkers
Aflevering 4: Woorddieet