Vijf redenen om op Facebook te kiezen voor een pagina (in plaats van een profiel)

Aanwezig zijn op Facebook: veel bedrijven en organisaties  kunnen er niet meer omheen. Als bedrijf, merk, artiest… kunt u een Facebookpagina aanmaken. Met één klik op de ‘Vind ik leuk’-knop  blijven geïnteresseerden dan automatisch op de hoogte van uw activiteiten.

Hoeveel merken telt uw vriendenkring?

Toch zie ik regelmatig organisaties met een persoonlijk profiel op Facebook. Daarmee moet je vrienden worden om ze te volgen. En daar sta ik eerlijk gezegd niet om te springen. Bij eenmanszaken en heel kleine ondernemingen kan me nog een persoonlijke band voorstellen, maar ‘vrienden worden’ met een groter bedrijf, een instelling of een merk? Zo enthousiast ben ik nu meestal ook weer niet. Een vriend heeft een gezicht, een echt gezicht – geen imago.

Waarom kiezen voor een Facebookpagina?

De meeste communicatieprofessionals raden organisaties dan ook aan om voor een pagina te gaan. Zonder veel moeite vond ik een aantal goede redenen op om producten en diensten liever met een Facebookpagina in de kijker te zetten:

  1. Facebook zelf maakt in de officiële voorwaarden een duidelijk onderscheid tussen profielen en pagina’s. De eerste zijn bestemd voor personen, de laatste voor organisaties. Als u toch een profiel maakt voor uw bedrijf, loopt u het risico dat het gedesactiveerd wordt. Hoewel veel bedrijven het al een tijdje uitzingen met een gewoon profiel, zijn er ook organisaties die hun profiel onaangekondigd verwijderd zagen. Daar gaan al uw vrienden – en al uw werk.
  2. Veel mensen zijn zich allicht niet bewust van bovenstaand verschil. Maar voor wie er zich wel van bewust is – en dat zijn er ongetwijfeld steeds meer – kan een profiel voor uw bedrijf onprofessioneel overkomen: is dit bedrijf wel mee met de geplogenheden van social media? Het doet uw geloofwaardigheid en betrouwbaarheid ook geen goed: valt er soms iets te verbergen, dat ik eerst vrienden moet worden met dit bedrijf vooraleer ik meer informatie krijg?
  3. De inhoud van een Facebookpagina is openbaar, die van een profiel niet. Als ik informatie zoek over uw bedrijf, kan ik op uw pagina meteen zien waarmee u bezig bent – zelfs zonder op de ‘Vind ik leuk’-knop te klikken. Kiest u voor een profielpagina, dan moet ik wachten tot u mijn vriendschapverzoek aanvaard hebt. De hedendaagse surfer heeft meestal bijzonder weinig geduld.
  4. En wat met de privacy? De beheerder van uw bedrijfsprofiel op Facebook kan ook mijn persoonlijk profiel bekijken eens we vrienden zijn. Vindt u het prettig dat een onbekende in uw vakantiefoto’s neust, weet wat u gisteren gegeten hebt of dat u straks een week op reis bent? Beheerders van pagina’s hebben niet zomaar toegang tot de profielen van ‘fans’.
  5. Facebookpagina’s bieden statistieken en tal van mogelijkheden en toepassingen om uw aanbod in de kijker te zetten en om met (potentiële) klanten te communiceren. Een pagina beschikt standaard over een forum, maar u kunt ook nieuwe tabbladen maken met een eigen landingspagina, voor uw LinkedIn- of Twitter-profiel of voor een webshop… (zie bijvoorbeeld ‘#5 Installeer Static FBML en enkele andere handige applicaties’ in dit artikel van Marketingfacts) U kunt uw Facebookpagina op uw website of blog promoten met een ‘Vind-ik-leuk’-box. U kunt ermee adverteren op Facebook. Bovendien wordt de inhoud van pagina’s door zoekmachines geïndexeerd, die van profielen niet. Een pagina bevordert dus uw vindbaarheid in Google.

Is de inbox nog wel zo heilig?

Het meest geciteerde nadeel van een pagina is dat je fans geen persoonlijke berichten kunt sturen via e-mail. Maar wilt u echt ‘old school’ klanten najagen en hen uw boodschap onder de neus duwen? Hoeveel commerciële mails bekijkt u nog echt? En de nieuwsbrieven waarop u zich geabonneerd hebt? Of gaat u tegenwoordig ook liever op zoek naar informatie op het moment dat u die nodig heeft? En deelt u wel eens iets interessants met vrienden?

Stop met drammen

Nog een laatste bedenking: te veel informatie publiceren is een goede manier om fans van uw pagina weg te jagen. Het blijkt de tweede belangrijkste reden om niet langer fan te zijn van een bedrijf of merk. Eens u een pagina hebt, moet u dus ook goed nadenken over wat u publiceert. Ik heb dan ook niet gezegd dat het vanzelf zou gaan.

Nog 2 interessante links als u met een organisatie op Facebook actie wilt ondernemen:

Advertenties

Facebook is een sociaalnetwerksite

Al schrijvend over internetmarketing  kom je al snel terecht bij Facebook, Twitter, YouTube en consorten. En bij de websites, de mogelijkheden, de toepassingen, de profielen, de software van zulke social media. Voor je het weet, zit je met een pak nieuwe drieledige samenstellingen.

Is het bijvoorbeeld sociale netwerksites, socialenetwerksites, sociaalnetwerkensites of sociaalnetwerksites? Ik vermoedde al dat de spellingregels een wat onwennig woordbeeld zouden creëren. Want als het eerste en het tweede deel van de samenstelling bij elkaar horen, dan hoort het allemaal aan elkaar, willen of niet. (Nu ja, als u naar een streepje grijpt, krijgt u geen boete van de taalpolitie. Maar wie spelt voor de sport, doet het niet.) Dus eigenlijk is het: sociaalnetwerksite.

Nu ondervind ik dat heel wat mensen vaker niet willen dan wel, als het om aaneenschrijven gaat. Daarom ben ik ruggensteun gaan zoeken en Ruud Hendrickx, de taaladviseur van de VRT, geeft me gelijk.

Maar wat met meervouden? Wat als u op verschillende sites een profiel hebt? Heeft u dan verschillende sociaalnetwerkprofielen of socialenetwerkenprofielen? Om het probleem te omzeilen, liet ik ‘sociaal’ vallen en koos netwerksites, netwerkprofielen, netwerkmogelijkheden … En ik stelde de vraag aan de taaladviseur. Zijn antwoord: precies omdat je er bij netwerkprofielen niet aan denkt om netwerkenprofielen te schrijven, is het ook sociaalnetwerkprofielen. Inderdaad, klinkt logisch. Handig toch, zo’n taaladviseur!

Lost in translation 2

Goede gratis vertaalsoftware bestaat helaas niet. Ik zeg het maar voor het geval u daaraan mocht twijfelen. Onlangs kreeg ik immers nog de vraag naar een goed online vertaalprogramma voor Frans. Een brasserie in Dinant joeg zijn menukaart door zo’n vertaalcomputer. Het op zijn minst curieuze resultaat is een hit op internet en haalde vorige week zelfs De Standaard. Als u ‘voorbereide Amerikaan’, ‘salade van het hoofd’ en ‘Croque Mijnheer of Mevrouw’ serveert, trekt u allicht de aandacht van kannibalen en van de media . Maar er zijn betere manieren om met uw goede bedoelingen de pers te halen.

Nederlands of Engels?

Is de Woordenlijst Onnodig Engels van de stichting Nederlands nuttig of vermakelijk? De lijst biedt veel goede Nederlandse alternatieven voor (te) veel gebruikte Engelse woorden. Maar evengoed vind ik er een pak vertalingen die op mijn lachspieren werken. Alle taalhygiëne en taalcreativiteit op een stokje, in zakelijke teksten blijf ik liever pragmatisch.

Wie schrijft voor de ict-sector en voor de zakelijke markt, raakt er snel van overtuigd: we moeten alert zijn voor overmatig gebruik van Engelse woorden. Om het Engelse vakjargon van ict-specialisten uit ons eigen taalgebied te ontsluiten voor een ruimer publiek, zijn vertalen en verklaren vaak een must. (Betrapt! Ik bedoel natuurlijk: noodzakelijk.) 

Welles-nietes

Ik ben geërgerd als een Nederlandstalig programma vraagt om mijn ‘login’ en ‘password’ – of erger: ‘paswoord’. Wat is er mis met ‘gebruikersnaam’ en ‘wachtwoord’? Er zijn al zoveel moeilijker te vertalen termen. Laten we die eenvoudige woorden dan maar consequent gebruiken. Daar staat tegenover dat ik de kriebels krijg van het woord ‘webstek’.  De pragmaticus in mij kiest resoluut voor ‘website’ en zelfs ‘site’ – en velen met mij, zo heb ik de indruk. En ik controleer ook nooit mijn netpost of mijn e-post, enkel mijn e-mail.

De pet van de taalpurist

Ook de terminologie van de bedrijfsvoering  (Ik schreef bijna: managementterminologie.) vervalt vaak in modieus Engels. Teksten van leidinggevenden (Of vindt u ‘managers’ duidelijker?) winnen wel eens aan helderheid en beknoptheid als  u ze herwerkt met de pet van de taalpurist op.

Uw publiek heeft altijd gelijk

Toch denk ik twee keer na voor ik naar mijn taalpuristenpet grijp. Als ik achter het toetsenbord plaatsneem, blijft de eerste en belangrijkste vraag: “Voor wie schrijf ik?” Als jongeren zoveel downloaden, dan lok ik ze allicht niet naar uw site door consequent te  schrijven: “Haal hier het filmpje binnen!” En als leidinggevenden zoeken naar managementopleidingen, is de kans klein dat uw website in hun zoekresultaten verschijnt als u enkel ‘opleidingen voor leidinggevenden’ aanbiedt.  Zeker op het internet geldt de gouden regel: “Spreek de taal van uw publiek.”

Hoe na het Nederlands ons ook aan het hart ligt, in de praktijk scoort u ongetwijfeld aardig wat hits met een link als:

Topless cheerleader showt hotpants op catwalk  na blowtje

Ik garandeer u een pak minder treffers met de koppeling:

Voorjuichster zonder bovenstukje toont xiebille op paradepad na wiethijs

Digitale diarree

Informatica is fantastisch, maar de digitale (r)evolutie blijft bij momenten moeilijk verteerbaar. Niet dat vroeger alles beter was. Tegen de virtuele vloedgolf van ‘sex’ en ‘GRATIS!’ kunnen we tenminste spamfilters inzetten. Tegen de aloude, goedkope verkooptrucs waarmee sommigen de digitalisering aan iedereen opdringen, zijn enkel mondigheid en gezond verstand opgewassen. Helaas zijn die nergens verkrijgbaar.

Gisteren kreeg ik wat te veel theorie en technologie opgelepeld tijdens een opleiding e-mailmarketing. Als alles wat er kan misgaan bij een e-mailcampagne, in een rotvaart de revue passeert, gaat een mens spontaan mijmeren over postmailings.

Gelukkig kreeg de e-mail die ik ter evaluatie had opgestuurd, best positieve commentaar tijdens de opleiding.  Schrijven voor het internet heb ik stilaan in de vingers. Technisch en praktisch zie ik verbeterpunten, maar geen onoverkomelijke problemen. Oef!

Daarnaast waar ik dezer dagen rond in cyberspace om online toepassingen te proberen. Blogs, sociale netwerksites, foto’s en video’s publiceren… de mogelijkheden zijn opwindend en inspirerend. De praktijk zet me echter steeds met beide voeten op de grond. Het is niet altijd zo eenvoudig als ze ons laten geloven. Regelmatig werkt het ook gewoon niet. Vooral als het op integratie en gebruiksvriendelijkheid aankomt, blijf ik vaak op mijn honger zitten. Jammer!

Balen inspireert niet tot betalen

Door al dat virtuele verzuim valt het des te harder op dat mijn gratis antivirussoftware al een paar dagen kuren heeft. De dagelijkse updates gebeuren niet meer automatisch. Telkens als  ik mijn laptop openklap, krijg ik na een paar minuten de boodschap: “Connection with update server failed.”

Aanvankelijk was het geen probleem om de updates manueel binnen te halen. Intussen lukt ook dat niet meer zonder slag of stoot. Ergerlijk!

Dat hobbelige updateparcours loopt “toevallig “ parallel met een campagne om me een – uiteraard betalende – upgrade van de software te verkopen. Als ik mijn antivirusprogramma open, krijg ik steeds een alarmerend venster dat mijn beveiliging beter kan.

Dat is misschien wel zo. Maar als ik die boodschap op zo’n agressieve manier door de strot geramd krijg, ben ik eerder geneigd om een ander programma te zoeken dan om een upgrade te bestellen.

Iedereen verplicht aan de digitale tv

De agressieve verkooptechnieken voor digitale producten tieren trouwens weer welig nu de analoge tv-uitzendingen via antenne stopgezet zijn.

Vrienden die verhuizen en opnieuw online proberen te geraken op hun nieuw adres – niet meteen een fluitje van een cent! – krijgen geheid een abonnement voor digitale tv aangesmeerd. Idem voor vrienden die nauwelijks tv kijken en een goedkoop alternatief zoeken voor hun antenne. Informeer bij Telenet naar hun mogelijkheden en u hebt een installatieafspraak voor digitale tv aan uw broek. En natuurlijk is het bijna helemaal gratis. Voor even, tenminste.

Maar de verkooproes waait over en onze vrienden zijn gelukkig wel zo nuchter om eens een praatje te maken met andere tv-kijkers en vroege digitale abonnees. Dan blijkt digitale tv niet zo goedkoop, zeker niet als alle lokmiddelen uitgeput zijn.

Vaak bellen zulke abonnees-to-be hun installatieafspraak dan ook af. Of dat proberen ze. Want als u toch geen digitale tv wilt, dan zult u hoogstwaarschijnlijk toch nog wat langer op uw internetaansluiting moeten wachten… 

Fraai is anders. Klantvriendelijk ook.

Leve het digitale tijdperk? Let toch maar op dat u geen oude wijn in dure, nieuwe zakken krijgt. Want soms lekken ze nog ook.

Voor wie schrijft u op het internet?

Bijzondere aandacht voor de woordkeuze en de opbouw is belangrijk bij veel tekstsoorten, maar cruciaal bij teksten voor het internet. Omdat we het internet anders gebruiken dan papieren media. Omdat we op een scherm eerder scannen dan lezen. Omdat niet alleen mensen uw webpagina’s bekijken, maar ook zoekrobots. “Ken uw lezers” geldt daarom meer dan ooit.

Help bezoekers datgene doen waarvoor ze komen

Lezen op het internet is vaak bijzonder functioneel. We surfen meestal om informatie te verzamelen of om iets te doen, veel minder omdat we graag een stukje willen lezen. Lezen op een scherm is lastiger dan op papier. Daarom lezen we veel minder online. We scannen de pagina’s vooral, op zoek naar iets dat ons verder helpt. Informatie, een document of formulier, contactgegevens… Gebruiksvriendelijke websites schrijft u door voortdurend de bezoeker in gedachten te houden.

Omgekeerde piramide: begin met de conclusie

De online lezer is ongeduldig. Hij wil vinden wat hij zoekt. Met helder gestructureerde informatie helpt u hem verder. Dus komt het belangrijkste eerst. Vergeet de logische tekstopbouw waarbij u begint met een inleiding en eindigt met een conclusie. Internetpagina’s hebben baat bij een ‘omgekeerde piramidestructuur’, net zoals persberichten. Wat moet de bezoeker op een webpagina zeker weten? Daarmee begint u. Geef zo snel mogelijk antwoord op de vragen ‘Wie? Wat? Waar? Wanneer? Waarom?’ Wat leuk is om te weten, vertelt u later. En misschien kunt u dat wel helemaal weglaten.

Schrijf bondig en helder

Een webpagina biedt weinig plaats en uw lezer heeft weinig tijd. Hij scant, dus schrijf scanbare tekst, met veel witruimtes. Presenteer uw informatie in korte paragrafen. Gebruik veelzeggende titels en tussentitels. Zet opsommingen overzichtelijk onder elkaar. Schrijf korte zinnen in een eenvoudige taal. Weinig mensen bezoeken uw website voor uw gevleugelde woorden – tenzij u de nieuwe Hugo Claus bent, natuurlijk.

Vergeet de zoekrobots niet

Nog een reden om op uw woorden te letten: uw website wordt niet alleen bezocht door mensen, maar ook door zoekrobots. Die analyseren de inhoud van uw website. Hun analyse bepaalt hoe goed u scoort bij zoekmachines, zoals Google bijvoorbeeld. Zoeken is een van de belangrijkste online activiteiten. De positie van uw site in zoekmachines verbeteren kan via zoekmachine-optimalisatie (search engine optimization of SEO). SEO is een mix copywriting, marketing en technologie. Ik beperk me hier tot het schrijfaspect.

Structureer, dus opnieuw: ken uw lezer

Als webtekstschrijver zorgt u er in de eerste plaats voor dat uw website kwalitatieve inhoud (content) biedt en goed gestructureerd is. Net zoals bij andere teksten is dat een kwestie van uw lezer kennen. Waarmee trekt u zijn aandacht? Wat zoekt en verwacht hij? Wat zet hem aan tot actie op uw site?

Gebruik trefwoorden waarop uw lezer zoekt

Naast een goede structuur, gebruikt u in uw (tussen)titels en teksten trefwoorden die mensen intikken als ze op zoek zijn naar wat u te bieden hebt. Dat is minder eenvoudig dan het lijkt. Aan algemene zoektermen hebben uw concurrenten ongetwijfeld ook gedacht. Daarmee bokst u dus op tegen een groot aantal andere zoekresultaten. Zelfs als die algemene zoekwoorden meer bezoekers naar uw website lokken, is het nog maar de vraag of het ook de bezoekers zijn die u wilt. Daarom is het interessanter om specifieke combinaties van woorden in uw teksten te integreren. Google heeft een hulpprogramma voor zoekwoorden waarmee u kunt zien hoe populair een woord(combinatie) is en dat u misschien kan inspireren. Praten met klanten en prospecten is ook altijd een goed idee.

Zorg voor interne links en inkomende links

Voorts zijn links belangrijk, zowel interne links als externe, inkomende links. De interne links dragen bij tot de goede structuur van uw website. Ze vertellen de zoekrobots welke pagina’s van belang zijn. Inkomende links, van andere websites naar de uwe, bevorderen de betrouwbaarheid van uw website in de ogen van de zoekrobots die uw website analyseren. Hoe relevanter de site die naar de uwe verwijst, hoe beter voor uw plaats in de zoekresultaten.

Over naar specialisten?

Bij schrijven voor het internet komt dus veel kijken. Gelukkig kunt u zo’n lastige klus uitbesteden. Zoals bij alle andere teksten komt het voor u in de eerste plaats op aan een duidelijk idee te krijgen van uw doelgroep en wat u die echt te bieden hebt. Bel me gerust als u daar (bijna) uit bent.