Facebook is een sociaalnetwerksite

Al schrijvend over internetmarketing  kom je al snel terecht bij Facebook, Twitter, YouTube en consorten. En bij de websites, de mogelijkheden, de toepassingen, de profielen, de software van zulke social media. Voor je het weet, zit je met een pak nieuwe drieledige samenstellingen.

Is het bijvoorbeeld sociale netwerksites, socialenetwerksites, sociaalnetwerkensites of sociaalnetwerksites? Ik vermoedde al dat de spellingregels een wat onwennig woordbeeld zouden creëren. Want als het eerste en het tweede deel van de samenstelling bij elkaar horen, dan hoort het allemaal aan elkaar, willen of niet. (Nu ja, als u naar een streepje grijpt, krijgt u geen boete van de taalpolitie. Maar wie spelt voor de sport, doet het niet.) Dus eigenlijk is het: sociaalnetwerksite.

Nu ondervind ik dat heel wat mensen vaker niet willen dan wel, als het om aaneenschrijven gaat. Daarom ben ik ruggensteun gaan zoeken en Ruud Hendrickx, de taaladviseur van de VRT, geeft me gelijk.

Maar wat met meervouden? Wat als u op verschillende sites een profiel hebt? Heeft u dan verschillende sociaalnetwerkprofielen of socialenetwerkenprofielen? Om het probleem te omzeilen, liet ik ‘sociaal’ vallen en koos netwerksites, netwerkprofielen, netwerkmogelijkheden … En ik stelde de vraag aan de taaladviseur. Zijn antwoord: precies omdat je er bij netwerkprofielen niet aan denkt om netwerkenprofielen te schrijven, is het ook sociaalnetwerkprofielen. Inderdaad, klinkt logisch. Handig toch, zo’n taaladviseur!

Advertenties

Ikea kiest voor lelijk (en heeft groot gelijk)

Er raast een kleine storm over het internet omdat Ikea sinds kort Verdana gebruikt als lettertype. Sommige ontwerpers voelen zich verraden door de meubelgigant, die ze – tot voor kort allicht – prezen om zijn originele design. Ze vinden het nieuwe lettertype ronduit lelijk en goedkoop. Er loopt zelfs een petitie tegen de nieuwe aanpak.

Toegegeven: het was me niet echt opgevallen in de nieuwe catalogus. Ik vind een stijlvolle lay-out nochtans belangrijk. Het is echter niet mijn grootste bekommernis als ik de catalogus of website van Ikea raadpleeg. Net zoals webspecialist Gerry McGovern, geloof ik dan ook niet dat Ikea minder omzet zal draaien door deze ommezwaai.

Gezond verstand

Ikea koos vooral voor Verdana omdat het efficiënt en kostenbesparend is. Het lettertype wordt verdeeld door Microsoft en is beschikbaar in alle landen en voor tal van alfabetten. Bovendien is het in de eerste plaats ontworpen om goed leesbaar te zijn op het scherm. Ziet u daar ook een paar voordelen voor een hedendaags wereldbedrijf?

De overschakeling naar Verdana lijkt me eerder een kwestie van gezond verstand. Meer nog, het past perfect bij mijn beeld van het bedrijf. Ik associeer Ikea vooral met ‘alomtegenwoordig’, ‘voor iedereen’, ‘snel’ en ‘betaalbaar’. Ik ga erheen als ik dringend iets nodig heb in huis dat niet veel mag kosten.

Origineel?

Hoe knap de ontwerpen van Ikea ook zijn, de verrassing is er af als ik bij drie vrienden op dezelfde bank of onder dezelfde lamp ga zitten – ook al hebben ze telkens een andere kleur en blijven ze leuk om naar te kijken. Dat het bedrijf een doordeweeks, functioneel lettertype kiest voor zijn marketingmiddelen, stoort me niet. Zolang hun producten maar makkelijk te krijgen en betaalbaar blijven.

Huisstijl en merkontwikkeling zijn belangrijk, maar ook aspecten van zakendoen. Dus laten we de praktijk niet uit het oog verliezen. Of het nu gaat om design of om teksten. Creativiteit is niet uit den boze. De uitdaging is om ze te verzoenen met functionaliteit. En dat lijken ze bij Ikea al lang begrepen te hebben.

Kennis is een vloek (in communicatie)

Het nadeel van expert zijn als u gaat communiceren? U weet te veel om het nog eenvoudig en verstaanbaar uit te leggen aan leken in uw vakgebied.

Een ‘overdosis’ vakkennis is een veel voorkomend probleem bij professionals die moeten schrijven of spreken voor buitenstaanders.  Ze weten zoveel dat ze er moeite mee hebben om hoofdzaken van bijzaken te onderscheiden. Ze gaan ervan uit dat hun publiek even geïnteresseerd is als zijzelf. Ze spelen met jargon dat de lezer of luisteraar verdwaasd achterlaat.

‘The curse of knowledge’ is ook het grote gevaar in het boek Made to stick. Auteurs Chip en Dan Heath hebben het daarin over eigenschappen van ideeën die aanslaan. ‘Waarom gaan absurde stadslegendes de wereld rond, maar vindt uw stevige onderbouwde bedrijfsstrategie weinig weerklank bij uw medewerkers? ‘, vroegen ze zich af.

6 eigenschappen voor succes

Uiteindelijk vonden ze 6 eigenschappen van ideeën met weerhaakjes. Die vatten ze samen in een – op-en-top Amerikaans – ezelsbruggetjes: SUCCES! Dat staat voor ‘simple, unexpected, concrete, credible, emotional stories’.

Stap 1: de essentie

De eerste eigenschap, eenvoud, is cruciaal. Het komt erop aan de kern van uw boodschap te vinden en ze zo compact mogelijk te maken. Dat is geen pleidooi voor verkleutering, wel voor de essentie. Vooral de tussenkop ‘Als je drie dingen zegt, zeg je niks’, is mij bijgebleven. Schrijven is schrappen. Auw!

Stap 2: checklist

Eens u de kernboodschap hebt, kunt u die vertalen in een idee dat blijft hangen, aan hand van de overige eigenschappen:

  • Unexpected: stop iets onverwachts in uw boodschap, zodat u de aandacht van het publiek trekt.
  • Concrete: wees concreet, zodat het publiek uw idee snapt en kan onthouden.
  • Credible: zorg dat uw boodschap geloofwaardig is, zodat het publiek uw idee aanvaardt of het ermee eens is.
  • Emotional: speel in op een emotie, zodat het publiek zich betrokken voelt en geïnteresseerd raakt.
  • Story: Vertel een verhaal, zodat u uw publiek tot actie aanzet. Verhalen simuleren en inspireren en wekken minder weerstand op dan argumenten.

Gaat u al duizelen van de kloof tussen theorie en praktijk? Dan kunt u het hele boek lezen. Of een beroep doen op een communicatieprofessional zonder hinderlijke voorkennis.

Taalsterfte

Daar stond ik toch wel even van te kijken:

“… almost half the world’s languages, or half the world’s languages are spoken by only 0.2% of the population. 40% of the languages in the world are endangered. Some estimates go as high as one language every 2 weeks becoming extinct. That is much higher than mammals, only 18%, or 5% of fish, or 8% of plants…”

Als een taal verdwijnt, gaat er als het ware een bibliotheek aan kennis onherroepelijk verloren. Dat betoogt linguïst Daniel Everett in zijn boeiende lezing, Endangered Languages and Lost Knowledge. Veel talen zijn immers niet in schrift vastgelegd.

Hoeveel kennis en levensvisie er in een taal verankerd kunnen zitten, tracht hij te illustreren aan de hand van zijn onderzoek naar het Pirahã, de taal van de gelijknamige bewoners van het Amazonewoud in Brazilië. Dat onderzoek leidde een paar jaar geleden tot een controverse omdat het indruist tegen recursiviteit, een belangrijk principe van de universele grammatica van Noam Chomsky. Al googelend kwam ik zo weer terecht bij de Saphir-Whorf-hypothese, maar ook bij hedendaags onderzoek naar de samenhang tussen taal, denken en cultuur. Zouden mijn syllabussen Algemene Taalwetenschap nog ergens op zolder liggen?

Levensbedreigende fouten: d, t of dt?

‘Op dt-fouten staat iets wat neigt naar de doodstraf.’ Dat is een van de richtlijnen bij een recente redactieopdracht.

Ik herken het gevoel wel. Nog steeds stokt mijn adem heel even als ik er ergens één bespeur. Gisteren nog, op het LinkedIndiscussieforum van Onze  Taal dan nog wel.

Al surfend stokt mijn adem wel vaker, maar reageren doe ik zelden op het internet. De context is daar vaak wat informeler en dan stoort het met niet zo.

Maar ik zie ze natuurlijk wel: ‘Oh!’

Op informatieve websites en in drukwerk vind ik het slordig, en ik hou nogal van kwaliteit. Dan noteer ik dus gegarandeerd inwendig: ‘Min één!’

Maar de doodstraf, nu ja. Wel heb ik heel lang niet begrepen hoe het mogelijk is, dat zoveel mensen problemen hebben met de vervoeging van (zwakke) werkwoorden. Als er nu één consequente en heldere spellingregel is, dan is het die wel.

Dt-fouten zijn onvermijdelijk

Intussen las ik dat ons geheugen ons parten speelt, meer bepaald ons woordgeheugen. Dat schotelt ons, terwijl we schrijven, automatisch de meest voorkomende vorm van een woord voor. Mij doet het een beetje denken aan de suggesties van een spellingchecker of van Google. Die zijn ook niet altijd even betrouwbaar.

Reviseer

“Maar de rol van het woordgeheugen mag geen excuus zijn om spellingregels systematisch te negeren. Een verklaring is geen vrijgeleide”, betoogde professor Dominiek Sandra, die het fenomeen onderzocht, in Klasse. Revisie is volgens hem het wapen tegen ons woordgeheugen. En ook al spel ikzelf voor de sport, ik kan hem geen ongelijk geven.

Het zinkende kofschip

Ik denk dat revisie ook wel een beetje kan helpen tegen ‘Het zinkende kofschip’. Onder die alarmerende titel praatte linguïst Mirjam Ernestus op de radio over haar onderzoek naar de (verkeerde) keuze van d of t in de verleden tijd en bij het voltooid deelwoord.

Volgens haar druist het ezelsbruggetje ’t kofschip in tegen ons taalgevoel. We schrijven (naar) wat we horen. ‘Ik krab’ klinkt als  ‘ik krap’, en de p zit in ’t kofschip, vandaar: ‘ik heb gekrabt’. Een oplossing ziet ze niet meteen. Ik vind het allemaal nogal zorgelijk klinken.

Als u een tekst reviseert, ziet u die b in ‘krab’ toch staan? Welaan dan!

Als u de regels nog eens wilt herhalen of oefenen voor u aan het reviseren slaat, kunt op deze sites terecht:

http://www.dtkompas.nl/

http://www.jufmelis.nl/

Baalpost

Deze week kreeg ik een mailing in de bus van een heer die me wil helpen om mijn zaak te verkopen. Niet dat ik die ambitie koester, maar dat weet hij natuurlijk niet.

Onder het briefhoofd geen spoor van een duidelijke onderwerpsregel.  Die moest allicht plaats maken voor het schreeuwerige opschrift ‘PERSOONLIJK EN VERTROUWELIJK’. Als een mij onbekende heer van een mij al even onbekende firma mij  zo aanschrijft, vrees ik eerlijk gezegd meteen voor onoorbare voorstellen.

De brief zelf leek me in een eerste oogopslag vrij helder opgesteld, op wat ouderwetse schrijftaalwoorden na. Tot ik bij het postscriptum kwam:

Voor alle duidelijkheid vermeld ik hier ook nog dat onze groep, die kan buigen op 38 jaar ervaring, tijdens de laatste 12 maanden meer dan 5 000 dossiers inzake de verkoop van handelszaken en ondernemingen behandelde.

Jammer, zo’n opvallende fout in het postscriptum, in marketingkringen toch geroemd als een van de meest gelezen elementen van een verkoopbrief! 

Iemand die ‘voor alle duidelijkheid ook nog vermeldt’ dat hij kan bogen op zoveel ervaring dat hij ervan moet buigen, krijgt mijn onverdeelde aandacht. Dus zie ik ook dat voor het postscriptum niet ‘PS’ staat, maar ‘N.B.’, de afkorting van ‘noorderbreedte’. ‘Nota bene’ kort u in het Nederlands namelijk af als ‘NB’.

Ik weet het. Dat is een detail. Maar één flagrante fout maakt de lastige tante in mij wakker.

Die vraagt zich plots ook af wat dat eigenlijk betekent: ‘dossiers inzake de verkoop van handelszaken en ondernemingen behandelen’. Heeft de groep al die zaken verkocht? Sterk. Maar waarom schrijven ze dat dan niet? ‘Dossiers behandelen’ doet me plots heel erg denken aan Simon Carmiggelts ‘epibreren’.

Ik weet het. Slecht karakter…

Via de antwoordstrook onderaan de brief kan ik een ‘privé-gesprek’ aanvragen. Maar talige tante wil sinds de spelling van 2005 enkel nog privégesprekken. Alweer een gemiste kans!

Niet dat er nog veel kansen zijn dat ik contact zou opnemen. Op de antwoordstrook vraagt de man om informatie over mijn zaak en over ‘de aard van mijn benaderingswijze’. Wat dat ook mag betekenen, ik voel me toch een beetje in het (taal)kruis getast. Talige tante is soms een tere tante.

Niet weerhouden? Dan gaat u toch door!

Na grondige screening van uw cv hebben wij besloten om uw kandidatuur niet te weerhouden.

Helaas is uw inzending niet weerhouden voor de tentoonstelling.

Herkent u ze, deze zinnetjes uit brieven die u willen meedelen dat u niet geselecteerd bent? Eigenlijk zeggen ze net het tegenovergestelde, want ‘weerhouden’ betekent ‘tegenhouden, afhouden van’.

Letterlijk staat er dus:

Na grondige screening van uw cv hebben wij besloten om uw kandidatuur niet te tegen te houden.

Helaas is uw inzending niet tegengehouden voor de tentoonstelling.

‘Hoezo helaas? Wie niet tegengehouden is, gaat toch door?’, zou ik denken. Maar Vlamingen zijn zulke goede verstaanders dat ze het werkwoord toch probleemloos gebruiken in allerlei andere betekenissen. Meer foute voorbeelden vindt u op VRTtaal.net.

Om verwarring te vermijden, vervangt u bovenstaande voorbeelden beter door:

Na grondige screening van uw cv hebben wij besloten om uw kandidatuur niet in aanmerking te nemen.

Helaas is uw inzending niet geselecteerd voor de tentoonstelling.