Over Veerle

talige tante, handige tante

De reactie op een klacht

Het is al brieven en e-mails wat de klok slaat dezer weken. Ik ben net gestart met schrijftrainingen geven. Over brieven en mails schrijven.

“Is dat dan zo moeilijk?”, zult u misschien vragen. Wel, dat kan best tegenvallen. Bijvoorbeeld als u een klachtenbrief of -mail krijgt die begint met: “Jullie zijn zeker achterlijk?” Wat antwoordt u daarop?

Tot mijn genoegen namen Peeters en Pichal, van het gelijknamige Radio 1-programma, onlangs de proef op de som. Ze stuurden 20 onbeschofte klachtenmails naar bedrijven en organisaties en legden de 15 antwoorden voor aan Dirk Caluwé van de Taaltelefoon.

De man heeft een punt als hij zegt dat een klacht – zelfs een onbeschofte – een kans is. Om een verstoorde relatie te herstellen. Om een klant te houden.

Ik dacht meteen spontaan aan mijn talloze mails en telefoontjes van afgelopen zomer, toen ik administratief een en ander moest regelen bij een aantal leveranciers. En vooral aan de antwoorden erop: vaak ontbrekend, standaard, onbegrijpelijk en altijd onpersoonlijk. (De domiciliëring bij Essent, naar aanleiding van mijn nieuwe contract is trouwens nog steeds niet in orde.)

Ik heb nog aantal van die mails. Misschien mooi oefenmateriaal voor een toekomstige training?

Langewoordenfobie

  • Humanresourcesmanagement
  • Langetermijnplanning
  • Warmwaterkraan

Ja hoor, dat schrijven we allemaal gewoon aan elkaar. Of liever: ik schrijf dat allemaal aan elkaar. Of u dat ook doet, durf ik wel eens te betwijfelen.

Ik moet woorden als deze namelijk nogal vaak verbeteren. En die correcties achteraf soms zelfs verantwoorden. Vooral ‘humanresourcesmanagement’ leidt wel eens tot discussie, want ‘human resources’ schrijven we wel van elkaar. Net zoals ‘lange termijn’ en ‘warm water’ trouwens. Maar dat zijn dan ook geen samenstellingen. In deze voorbeelden is het eerste woord een bijvoeglijk naamwoord bij het zelfstandig naamwoord.

Samenstellingen horen aan elkaar

De woorden bij het begin zijn samengestelde zelfstandige naamwoorden en die schrijven we in het Nederlands aan elkaar. Bedenk dat er geen maximaal toegestane lengte voor woorden is, dus laat u gerust gaan!

U mag wel een streepje gebruiken omwille van de duidelijkheid, maar in principe is dat niet nodig. Spaties zijn echter uit den boze.

Uitzondering: samenstellingen met eigennaam

De enige uitzondering op die regel, zijn samenstellingen met een eigennaam, zoals ‘Rode Kruispost’ en ‘Koen Wautersfan’. In die gevallen mag u ook nog een streepje gebruiken om het einde van de eigennaam aan te geven. Hier doe ik dat ook sneller. ‘Rode Kruis-post’ en ‘Koen Wauters-fan’ vind ik toch duidelijker. Maar met een viersterrenhotel heb ik geen enkele moeite.

Volg de Duitsers

Een raad voor wie wat van vreemde talen kent: spiegel u aan het Duits als het op samenstellingen aankomt, en vooral niet aan het Engels. Het Duits kent heel lange woorden en schrijft die aan elkaar of met een streepje. Het Engels daarentegen, maakt nogal wat samenstellingen door de leden los naast elkaar te plaatsen en is dus een slechte leermeester. Wie zich aan het Engels spiegelt – en dat lijken tegenwoordig nogal wat mensen te doen – gaat gekke dingen schrijven, zoals ‘bekendmakings bericht’, ‘oude wijvenkoek’, ‘naakt modeltekenen’ en ‘scheidrechters te kort’.

Signalering Onjuist Spatiegebruik

Aan deze taalzonde is zelf een website gewijd: SOS – Signalering Onjuist Spatiegebruik. Naast tal van amusante voorbeelden en links vindt u er ook nog eens de regels voor samenstellingen. Een ideale start om uw leven te beteren, mocht dat nodig zijn.

Winterslaapje

Eindelijk. De kerstman, de vriezeman en andere druktemakers zijn weer de deur uit. Hoog tijd om deze blog te ontdooien. Het is hier de laatste tijd zo stil geweest dat je het ijs kon horen kraken. Ikzelf heb niks tegen wat stilte temidden van het feestgedruis en de ijle klapzoenen van de jaarwisseling. Een virus wil een mens al een keer tot wat meer slaap inspireren. Maar er is meer nodig om een talige tante definitief het zwijgen op te leggen.

Lost in translation 2

Goede gratis vertaalsoftware bestaat helaas niet. Ik zeg het maar voor het geval u daaraan mocht twijfelen. Onlangs kreeg ik immers nog de vraag naar een goed online vertaalprogramma voor Frans. Een brasserie in Dinant joeg zijn menukaart door zo’n vertaalcomputer. Het op zijn minst curieuze resultaat is een hit op internet en haalde vorige week zelfs De Standaard. Als u ‘voorbereide Amerikaan’, ‘salade van het hoofd’ en ‘Croque Mijnheer of Mevrouw’ serveert, trekt u allicht de aandacht van kannibalen en van de media . Maar er zijn betere manieren om met uw goede bedoelingen de pers te halen.

Nederlands of Engels?

Is de Woordenlijst Onnodig Engels van de stichting Nederlands nuttig of vermakelijk? De lijst biedt veel goede Nederlandse alternatieven voor (te) veel gebruikte Engelse woorden. Maar evengoed vind ik er een pak vertalingen die op mijn lachspieren werken. Alle taalhygiëne en taalcreativiteit op een stokje, in zakelijke teksten blijf ik liever pragmatisch.

Wie schrijft voor de ict-sector en voor de zakelijke markt, raakt er snel van overtuigd: we moeten alert zijn voor overmatig gebruik van Engelse woorden. Om het Engelse vakjargon van ict-specialisten uit ons eigen taalgebied te ontsluiten voor een ruimer publiek, zijn vertalen en verklaren vaak een must. (Betrapt! Ik bedoel natuurlijk: noodzakelijk.) 

Welles-nietes

Ik ben geërgerd als een Nederlandstalig programma vraagt om mijn ‘login’ en ‘password’ – of erger: ‘paswoord’. Wat is er mis met ‘gebruikersnaam’ en ‘wachtwoord’? Er zijn al zoveel moeilijker te vertalen termen. Laten we die eenvoudige woorden dan maar consequent gebruiken. Daar staat tegenover dat ik de kriebels krijg van het woord ‘webstek’.  De pragmaticus in mij kiest resoluut voor ‘website’ en zelfs ‘site’ – en velen met mij, zo heb ik de indruk. En ik controleer ook nooit mijn netpost of mijn e-post, enkel mijn e-mail.

De pet van de taalpurist

Ook de terminologie van de bedrijfsvoering  (Ik schreef bijna: managementterminologie.) vervalt vaak in modieus Engels. Teksten van leidinggevenden (Of vindt u ‘managers’ duidelijker?) winnen wel eens aan helderheid en beknoptheid als  u ze herwerkt met de pet van de taalpurist op.

Uw publiek heeft altijd gelijk

Toch denk ik twee keer na voor ik naar mijn taalpuristenpet grijp. Als ik achter het toetsenbord plaatsneem, blijft de eerste en belangrijkste vraag: “Voor wie schrijf ik?” Als jongeren zoveel downloaden, dan lok ik ze allicht niet naar uw site door consequent te  schrijven: “Haal hier het filmpje binnen!” En als leidinggevenden zoeken naar managementopleidingen, is de kans klein dat uw website in hun zoekresultaten verschijnt als u enkel ‘opleidingen voor leidinggevenden’ aanbiedt.  Zeker op het internet geldt de gouden regel: “Spreek de taal van uw publiek.”

Hoe na het Nederlands ons ook aan het hart ligt, in de praktijk scoort u ongetwijfeld aardig wat hits met een link als:

Topless cheerleader showt hotpants op catwalk  na blowtje

Ik garandeer u een pak minder treffers met de koppeling:

Voorjuichster zonder bovenstukje toont xiebille op paradepad na wiethijs

Digitale diarree

Informatica is fantastisch, maar de digitale (r)evolutie blijft bij momenten moeilijk verteerbaar. Niet dat vroeger alles beter was. Tegen de virtuele vloedgolf van ‘sex’ en ‘GRATIS!’ kunnen we tenminste spamfilters inzetten. Tegen de aloude, goedkope verkooptrucs waarmee sommigen de digitalisering aan iedereen opdringen, zijn enkel mondigheid en gezond verstand opgewassen. Helaas zijn die nergens verkrijgbaar.

Gisteren kreeg ik wat te veel theorie en technologie opgelepeld tijdens een opleiding e-mailmarketing. Als alles wat er kan misgaan bij een e-mailcampagne, in een rotvaart de revue passeert, gaat een mens spontaan mijmeren over postmailings.

Gelukkig kreeg de e-mail die ik ter evaluatie had opgestuurd, best positieve commentaar tijdens de opleiding.  Schrijven voor het internet heb ik stilaan in de vingers. Technisch en praktisch zie ik verbeterpunten, maar geen onoverkomelijke problemen. Oef!

Daarnaast waar ik dezer dagen rond in cyberspace om online toepassingen te proberen. Blogs, sociale netwerksites, foto’s en video’s publiceren… de mogelijkheden zijn opwindend en inspirerend. De praktijk zet me echter steeds met beide voeten op de grond. Het is niet altijd zo eenvoudig als ze ons laten geloven. Regelmatig werkt het ook gewoon niet. Vooral als het op integratie en gebruiksvriendelijkheid aankomt, blijf ik vaak op mijn honger zitten. Jammer!

Balen inspireert niet tot betalen

Door al dat virtuele verzuim valt het des te harder op dat mijn gratis antivirussoftware al een paar dagen kuren heeft. De dagelijkse updates gebeuren niet meer automatisch. Telkens als  ik mijn laptop openklap, krijg ik na een paar minuten de boodschap: “Connection with update server failed.”

Aanvankelijk was het geen probleem om de updates manueel binnen te halen. Intussen lukt ook dat niet meer zonder slag of stoot. Ergerlijk!

Dat hobbelige updateparcours loopt “toevallig “ parallel met een campagne om me een – uiteraard betalende – upgrade van de software te verkopen. Als ik mijn antivirusprogramma open, krijg ik steeds een alarmerend venster dat mijn beveiliging beter kan.

Dat is misschien wel zo. Maar als ik die boodschap op zo’n agressieve manier door de strot geramd krijg, ben ik eerder geneigd om een ander programma te zoeken dan om een upgrade te bestellen.

Iedereen verplicht aan de digitale tv

De agressieve verkooptechnieken voor digitale producten tieren trouwens weer welig nu de analoge tv-uitzendingen via antenne stopgezet zijn.

Vrienden die verhuizen en opnieuw online proberen te geraken op hun nieuw adres – niet meteen een fluitje van een cent! – krijgen geheid een abonnement voor digitale tv aangesmeerd. Idem voor vrienden die nauwelijks tv kijken en een goedkoop alternatief zoeken voor hun antenne. Informeer bij Telenet naar hun mogelijkheden en u hebt een installatieafspraak voor digitale tv aan uw broek. En natuurlijk is het bijna helemaal gratis. Voor even, tenminste.

Maar de verkooproes waait over en onze vrienden zijn gelukkig wel zo nuchter om eens een praatje te maken met andere tv-kijkers en vroege digitale abonnees. Dan blijkt digitale tv niet zo goedkoop, zeker niet als alle lokmiddelen uitgeput zijn.

Vaak bellen zulke abonnees-to-be hun installatieafspraak dan ook af. Of dat proberen ze. Want als u toch geen digitale tv wilt, dan zult u hoogstwaarschijnlijk toch nog wat langer op uw internetaansluiting moeten wachten… 

Fraai is anders. Klantvriendelijk ook.

Leve het digitale tijdperk? Let toch maar op dat u geen oude wijn in dure, nieuwe zakken krijgt. Want soms lekken ze nog ook.