Taal- en teksthygiëne – Stokpaardje: Passiefconstructies

Ik heb een ernstige allergie voor passiefconstructies. Ze maken een tekst onnodig zwaar en afstandelijk. Vaak zijn ze eenvoudig te vervangen door een actieve vorm.

Dat betekent niet dat u passiefconstructies koste wat het kost moet vermijden. Ze zijn bijvoorbeeld nuttig om nadruk te leggen op een zinsdeel, om spanning op te bouwen of om duidelijkheid te scheppen over de handelende persoon.  Een passieve vorm geniet ook de voorkeur ten opzichte van een actieve vorm met ‘men’.

Velen denken dat er voor deze opleiding weinig moet gewerkt worden. Niets is minder waar! – Velen denken dat je voor deze opleiding weinig moet werken. Of nog: Er wordt vaak gezegd dat je voor deze opleiding weinig moet werken.

Merk ook de ‘bobbel’ op in de werkwoordelijk eindgroep van het voorbeeld. Hulpwerkwoorden in een werkwoordelijke eindgroep (hier ‘moeten’ en ‘worden’) horen bij elkaar. Het voltooid deelwoord komt ervoor of erachter:

… dat er weinig gewerkt moet worden.
… dat er weinig moet worden gewerkt.

De eerste volgorde geniet de voorkeur in spreektaal. Als u die altijd gebruikt, zit u nooit fout.

Overvallen door goede taalvoornemens? Bekijk de vorige afleveringen:

Aflevering 1: Spelling
Aflevering 2: Vlaamse klassiekers
Aflevering 3: Instinkers
Aflevering 4: Woorddieet
Aflevering 5: Naamwoordstijl is geen stijl

Advertenties

One thought on “Taal- en teksthygiëne – Stokpaardje: Passiefconstructies

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s