Baalpost

Deze week kreeg ik een mailing in de bus van een heer die me wil helpen om mijn zaak te verkopen. Niet dat ik die ambitie koester, maar dat weet hij natuurlijk niet.

Onder het briefhoofd geen spoor van een duidelijke onderwerpsregel.  Die moest allicht plaats maken voor het schreeuwerige opschrift ‘PERSOONLIJK EN VERTROUWELIJK’. Als een mij onbekende heer van een mij al even onbekende firma mij  zo aanschrijft, vrees ik eerlijk gezegd meteen voor onoorbare voorstellen.

De brief zelf leek me in een eerste oogopslag vrij helder opgesteld, op wat ouderwetse schrijftaalwoorden na. Tot ik bij het postscriptum kwam:

Voor alle duidelijkheid vermeld ik hier ook nog dat onze groep, die kan buigen op 38 jaar ervaring, tijdens de laatste 12 maanden meer dan 5 000 dossiers inzake de verkoop van handelszaken en ondernemingen behandelde.

Jammer, zo’n opvallende fout in het postscriptum, in marketingkringen toch geroemd als een van de meest gelezen elementen van een verkoopbrief! 

Iemand die ‘voor alle duidelijkheid ook nog vermeldt’ dat hij kan bogen op zoveel ervaring dat hij ervan moet buigen, krijgt mijn onverdeelde aandacht. Dus zie ik ook dat voor het postscriptum niet ‘PS’ staat, maar ‘N.B.’, de afkorting van ‘noorderbreedte’. ‘Nota bene’ kort u in het Nederlands namelijk af als ‘NB’.

Ik weet het. Dat is een detail. Maar één flagrante fout maakt de lastige tante in mij wakker.

Die vraagt zich plots ook af wat dat eigenlijk betekent: ‘dossiers inzake de verkoop van handelszaken en ondernemingen behandelen’. Heeft de groep al die zaken verkocht? Sterk. Maar waarom schrijven ze dat dan niet? ‘Dossiers behandelen’ doet me plots heel erg denken aan Simon Carmiggelts ‘epibreren’.

Ik weet het. Slecht karakter…

Via de antwoordstrook onderaan de brief kan ik een ‘privé-gesprek’ aanvragen. Maar talige tante wil sinds de spelling van 2005 enkel nog privégesprekken. Alweer een gemiste kans!

Niet dat er nog veel kansen zijn dat ik contact zou opnemen. Op de antwoordstrook vraagt de man om informatie over mijn zaak en over ‘de aard van mijn benaderingswijze’. Wat dat ook mag betekenen, ik voel me toch een beetje in het (taal)kruis getast. Talige tante is soms een tere tante.

Tantes

De regelmaat waarmee ik stukjes op deze blog plaats, is ver zoek.

Enerzijds is dat een kwestie van tijd. Anderzijds heb ik ook een beetje last van writer’s block.

Writer’s block is natuurlijk faliekant voor de online présence. Hoe vaak keert u terug naar een blog of website waarop niks beweegt? Juist.

Maar goed. Les excuses sont faites pour s’en servir: het is allemaal de schuld van de tantes!

Lees verder

De reactie op een klacht

Het is al brieven en e-mails wat de klok slaat dezer weken. Ik ben net gestart met schrijftrainingen geven. Over brieven en mails schrijven.

“Is dat dan zo moeilijk?”, zult u misschien vragen. Wel, dat kan best tegenvallen. Bijvoorbeeld als u een klachtenbrief of -mail krijgt die begint met: “Jullie zijn zeker achterlijk?” Wat antwoordt u daarop?

Tot mijn genoegen namen Peeters en Pichal, van het gelijknamige Radio 1-programma, onlangs de proef op de som. Ze stuurden 20 onbeschofte klachtenmails naar bedrijven en organisaties en legden de 15 antwoorden voor aan Dirk Caluwé van de Taaltelefoon.

De man heeft een punt als hij zegt dat een klacht – zelfs een onbeschofte – een kans is. Om een verstoorde relatie te herstellen. Om een klant te houden.

Ik dacht meteen spontaan aan mijn talloze mails en telefoontjes van afgelopen zomer, toen ik administratief een en ander moest regelen bij een aantal leveranciers. En vooral aan de antwoorden erop: vaak ontbrekend, standaard, onbegrijpelijk en altijd onpersoonlijk. (De domiciliëring bij Essent, naar aanleiding van mijn nieuwe contract is trouwens nog steeds niet in orde.)

Ik heb nog aantal van die mails. Misschien mooi oefenmateriaal voor een toekomstige training?