Je en u drinken graag t(hee)

Een paar veel gestelde vragen over vervoegingen in de tweede persoon.

Je kan of je kunt? Je zal of je zult? Je wil of je wilt?

Beide vormen zijn correct, maar je kan, je zal en je wil (eigenlijk werkwoordsvormen in de derde persoon) zijn informeler. In verzorgd taalgebruik en zeker bij een directe aanspreking, kiezen we daarom voor de vervoeging in de tweede persoon:

  • je kunt
  • je zult
  • je wilt

De vervoeging in de derde persoon is wel gebruikelijk als je gebruikt wordt in de betekenis van men:

Bij twijfel over dergelijke taalkwesties, kan je steeds het VRTtaal.net raadplegen.

U bent of u is? U hebt of u heeft?

Beide vormen zijn correct, maar de vervoeging in de derde persoon (u is, u heeft) klinkt ouderwets en formeel. Oorspronkelijk was u een derde persoon, maar vandaag voelen we het aan als een tweede persoon: u is de beleefdheidsvorm, naast jij, je en jullie. Daarom kiezen we bij u voor een vervoeging in de tweede persoon:

  • u bent
  • u hebt

en naar analogie ook:

  • u kunt
  • u zult
  • u wilt

Een fijn artikel en meer uitleg hierover vindt u op VRTtaal.net.

Death by PowerPoint

Afgelopen donderdag: een presentatie over ‘Klanten werven en klanten behouden’. Ik ben gebrand op een paar marketingtips specifiek voor startende zelfstandigen. Het is mijn tweede presentatie die dag. Ik heb er nog een derde op mijn programma staan. Maar na afloop sleep ik me murw en moe naar de uitgang. Er vielen ongetwijfeld een paar nuttige tips te rapen, maar die vind ik maandag wel. Dan kan ik de dia’s downloaden en rustig doornemen achter de pc.

Spreekt u ook wel eens voor een publiek? Lees deze tips.

KISS: keep it short and simple

Bereid u voor. Ken het verhaal achter uw presentatie. Beperk u tot een aantal essentiële punten. Het publiek onthoudt slechts een fractie van wat u zegt, dus houd het eenvoudig  en gestructureerd. Herhaal essentiële punten en vat uw betoog krachtig samen om af te sluiten.

Hou van bij uw voorbereiding de tijd in de gaten

Gebruikt u PowerPoint, deel dan het aantal dia’s dat u hebt gemaakt door het aantal minuten spreektijd dat u is toegemeten. Volstaat het aantal minuten per dia om uw uitleg te doen? Hebt u 20 bijvoorbeeld minuten en 30 dia’s, dan komt u gegarandeerd in tijdsnood. Schrappen is het enige dat helpt. Oefen desnoods een paar keer.

Maak van uw dia’s een hulpmiddel, geen doel

Zet enkel de kernpunten van uw boodschap op dia’s. Of beter nog: gebruik dia’s voor voorbeelden, foto’s, filmpjes, grafieken, citaten. Die illustreren en ondersteunen wat u zegt. Zulke visuele elementen onthoudt het publiek makkelijker dan uw woorden.

Houd uw ruggensteuntjes voor uzelf

Hebt u meer houvast nodig tijdens het spreken dan trefwoorden? Gebruik de notities voor de spreker in PowerPoint. Of gebruik steekkaarten. Zo blijft u niet gekluisterd aan de pc op het spreekgestoelte. Een compleet uitgeschreven presentatie is een dwingeland en een domper op de aandacht van uw publiek. Ze laat geen ruimte voor een terzijde, vragen of onverwachte gebeurtenissen. Bovendien kan het publiek sneller lezen dan u praat – als u normaal praat, tenminste.

Let op uw spreektempo en lichaamstaal

Spreek spontaan en voldoende langzaam. Adem. Las eens een korte pauze in. Kijk uw publiek aan. Beweeg. Gebruik uw handen.

Blijf de technologie een stap voor

Controleer vooraf of de apparatuur die u gaat gebruiken naar behoren werkt. Neem een extra digitale en papieren versie van uw presentatie mee. Zet automatische programma’s en updates op de pc uit tot na de presentatie. Zo wordt u verhaal niet om de 10 minuten onderbroken door pop-ups.

Beloon uw publiek met een extraatje

Hebt u meer te vertellen dan wat u in uw presentatie kwijt kunt? Bezorg het publiek achteraf – online of op papier – een hand-out met extra informatie én uw contactgegevens. Zo’n hand-out kan veel vormen aannemen: een (langere) tekst over wat u hebt verteld, een aansluitend artikel, een brochure, een lijstje met nuttige lectuur, websites of tips… Zo beloont u de aanwezigen en profileert u zich met een tastbaar bewijs als specialist terzake.

Size does matter

“Maar iedereen weet toch dat de SP.A in de problemen zit?” De consultant heft de handen ten hemel en kijkt me aan alsof ik net uit een boom ben geklauterd. We volgen een workshop ‘columns schrijven’ tijdens de Schrijfdag. Er dreigt een discussie te ontstaan over hoe lang een column dan wel mag zijn.

De consultant vindt de ultrakorte columns van Hugo Camps in De Morgen meesterlijk. Ik beken dat ik ze niet altijd snap. Enerzijds omdat ik me al de hele dag erger aan het intellectuele geneuzel van het welopgeleide doorsneepubliek dat je op zo’n Schrijfdag treft. Anderzijds omdat een tekst zo lang moet  zijn als nodig is om de lezer mee te krijgen. Een schrijver gaat er beter niet van uit dat iedereen wel weet wat hijzelf (of zijn opdrachtgever) weet. Of dat het thema van zijn tekst de lezer automatisch aanbelangt.

“In der Beschränkung zeigt sich erst der Meister.” Ontegensprekelijk, beste Goethe. Maar de meesterlijke schrijver daalt het best af en toe van zijn olympische hoogten neer om onder zijn lezers te vertoeven. Als die zijn teksten niet snappen of er zich niet bij betrokken voelen, worden ze bijzonder snel verticaal geklasseerd.

Moeten we de lezer dan maar als een nitwit beschouwen? Nee. Maar het is wel een goed idee om even stil te staan bij ons doelpubliek en zijn voorkennis, noden, interesses. Misschien is het nodig om vakjargon kort uit te leggen. Misschien helpt het om een bewering te verduidelijken met een concreet voorbeeld. Misschien zit de lezer helemaal niet te wachten op ons verhaal. Dan moeten we hem er bewust van maken dat we hem wel degelijk iets interessants te bieden hebben. En dat maakt de tekst wat langer.

Praktische overwegingen – zoals de keuze van het medium bijvoorbeeld – resulteren echter vaak in beperkte ruimte. En mensen worden tegenwoordig met informatie overspoeld. We splitsen hen dus beter geen eindeloze epistels in de maag. Het is aan de professionele schrijver om het delicate evenwicht te vinden tussen de boodschap, het medium en het publiek.

Ter afronding van de workshop ‘columns schrijven’ las de consultant trouwens een reisverhaaltje voor dat zijn kennis van de Italiaanse koffiecultuur illustreerde. Tot consternatie van workshopbegeleider en columnist Tom Naegels. Ach Tom, trek het je niet aan. Iedereen weet toch dat tegenwoordig elke tekst kan doorgaan voor een column, als hij maar niet te lang is.